Spring naar inhoud

Ongewenst balanceringsgedrag

In 2023 heeft de Nederlandse toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) een besluit gepubliceerd ter voorkoming van ongewenst balanceringsgedrag.

Dit besluit, dat in werking is getreden per 1 januari 2024, introduceert regels die invulling geven aan de verantwoordelijkheid van netgebruikers om hun balanceringsportfolio’s in balans te brengen om zo de noodzaak tot het nemen van balanceringsacties door GTS tot een minimum te beperken. Het besluit definieert ongewenst balanceringsgedrag en verbindt daar gevolgen aan: een financiële heffing bij ongewenst balanceringsgedrag door een shipper en mogelijke intrekking van de licentie bij substantieel ongewenst balanceringsgedrag. Dit besluit draagt bij aan een effectiever balanceringsregime.

Om gas veilig en efficiënt te kunnen transporteren moet het gastransportnet in balans zijn: het transportnet dient op de juiste druk te blijven en hiervoor dient er in beginsel evenveel gas te worden ingevoed als dat er wordt onttrokken. Het besluit van de ACM geeft concreet invulling aan de verantwoordelijkheid die shippers dragen om de noodzaak tot het nemen van balanceringsacties door GTS tot een minimum te beperken. Deze verplichting volgt uit de Europese Netcode Balancering (NC BAL).

In het besluit wordt gedefinieerd wat (substantieel) ongewenst balanceringsgedrag is en welke consequenties daaraan verbonden zijn: bij ongewenst balanceringsgedrag wordt een (extra) financiële heffing ter hoogte van 30% van het bedrag van de balanceeractie in rekening gebracht. Indien sprake is van substantieel ongewenst balanceringsgedrag kan als uiterste consequentie de erkenning van een shipper worden ingetrokken.


Criteria ongewenst balanceergedrag

Er is sprake van ongewenst balanceergedrag als aan de volgende 4 criteria is voldaan:

  1. Er heeft een balanceeractie plaatsgevonden
  2. Shipper is mede-veroorzaker van de balanceeractie
  3. De stand van de POS van de shipper is groter dan 15% van de grenswaarde van de donkergroene zone
  4. Daarnaast moet minimaal één van de volgende omstandigheden van toepassing zijn:
    1. Het portfolio wordt voornamelijk gebalanceerd via TTF. Dit is het geval als één van de volgende situaties zich voordoet:
      • i.De waarde van de TTF-allocaties is groter dan de som van entry en exit allocaties
      • ii.Het portfolio heeft geen allocaties op fysieke entry of exit punten
    2. De stand van het POS is groter dan de totale omvang van het portfolio.

De precieze regels rondom ongewenst balanceergedrag zijn vastgelegd in de artikelen 4.1.4.7 tot en met 4.1.4.9 van de Transportcode gas LNB. Jaarlijks vindt een evaluatie plaats ten aanzien van de werking van dit besluit.

Procedure

De eerste keer dat een shipper voldoet aan de criteria voor ongewenst balanceergedrag zal de shipper een waarschuwing ontvangen zonder dat er sprake is van een financiële heffing. Bij iedere volgende signalering zal de financiële heffing van toepassing zijn. Deze zal worden gefactureerd in de maand volgend op de facturering van de betreffende balancing actions.